Zet twee mensen bij elkaar in een huis en ze slagen er meestal
vrij snel in afspraken te maken over hoe het huis bewoond wordt en wie welke
taken op zich neemt. Dat wil zeggen: in de situatie dat ze elkaar niet de hersens
inslaan en bereid zijn samen te werken.

Vervang die twee mensen nu door vier personen. Het aantal
taken blijft hetzelfde, maar het aantal afspraken blijkt ineens te groeien.
Waarom? De één wil dìt en de ander dát, of de één is beter in poetsen, de ánder
in koken.

Voeg nu aan die vier personen een aantal kinderen toe en zowel
het aantal taken als het aantal afspraken zal explosief stijgen. Kun je nagaan wat
er gebeurt als je ‘huis’ vervangt door ‘stad’ of ‘land’ met het daarbij passend
aantal inwoners!

Waar veel mensen bij elkaar wonen, moet nu eenmaal veel gedaan
en geregeld worden. Niet iedereen gaat daar hetzelfde mee om. De één is een
betere organisator dan de ander. Anderen blinken juist weer uit in het
verzetten van praktisch werk. “Niets mis mee”, hoor ik je ouders zeggen, “zolang
alles maar op rolletjes loopt.”

Maar daar begint het gedonder. Nergens op deze aardbol loopt
het ooit op rolletjes. Er is altijd gedoe; een klusje valt tegen, we worden het
niet eens over wat eerst en wat later gedaan moet worden, of iemand wordt ziek
waardoor een afspraak niet nagekomen wordt en anderen het moeten overnemen. Nog
meer gedoe ontstaat er als we van mening gaan verschillen over wie welke taak
mag of moet uitvoeren.

Wanneer er teveel gedoe is, blijft er onherroepelijk werk
liggen en worden er mensen ontevreden. Misschien horen jouw ouders daar ook wel
bij!

Sommige mensen gaan anderen dan vertellen hoe het opgelost
moet worden, anderen gaan de buurman vertellen dat het zijn schuld is en weer
anderen ruimen gewoon de rotzooi op. “Niets mis mee”, hoor ik je ouders voor de
tweede keer zeggen, “zolang het werk maar gedaan wordt.” Dat is echter de
tweede misvatting, want nergens ter wereld wordt al het werk gedaan dat gedaan
moet worden. Er is gewoon te veel te doen!

Ziehier de voedingsbodem voor een speciaal soort politicus
(een politicus is iemand die namens een aantal mensen in de Tweede Kamer wil
meepraten). Deze speciale politicus zegt altijd wat de kiezers willen horen,
ook al is het onzin. Omdat een beetje intelligente kiezer wel aanvoelt wanneer
hij/zij naar de mond wordt gepraat, richt deze speciale politicus zich bij
voorkeur tot ontevreden mensen die wél wat willen horen maar ook minder snel
doorhebben dat ze gelijmd worden. We noemen deze speciale politicus een ‘populist’

Je kunt zeker wel raden wat ontevreden mensen wél
en níet wil horen? Deze mensen willen vooral horen dat een vervelend
knelpunt vandaag nog kan worden opgelost. Wat ze zeker níet willen horen is dat
de oplossing ingewikkeld is, dat het wat langer gaat duren en ook nog eens een financiële
bijdrage van iedereen gaat vergen. Een populistische boodschap gaat dus altijd
over de snelle oplossing waar ontevreden kiezers om roepen en nooit over
hoe ingewikkeld het is, wat het kost, hoe lang het duurt, etc. Omdat zaken nu
eenmaal altijd ingewikkeld zijn als er zoveel mensen bij elkaar wonen, is een
populistische boodschap niet helemaal eerlijk. Maar dat had je zelf natuurlijk
al bedacht!

Leeropdracht:

Onderstreep in onderstaand -fictieve- partijprogramma de
punten waarin je de hierboven behandelde ‘populistische’ boodschap in herkent. (je
mag er in groepjes aan werken)

Meer Hein, ook op
muziek, vind je op mijn site

Reageren kun je op mijn facebookpagina